Sluitende berekeningen voor wat het meest duurzame papier of de meest duurzame druk- of printmethode is bestaan niet. Zelfs al zijn al de claims die de verschillende certificaten garanderen allemaal waar. Maar ze zijn ook allemaal verschillend. Of toch niet zo heel erg?

Verantwoord bosbeheer
The Forest Stewardship Council (FSC) was de eerste organisatie die flink aan de weg timmerde met een keurmerk voor verantwoord bosbeheer. Daardoor leek het ook lang alsof het het enige was. FSC werd in 1993 opgericht door organisaties en bedrijven, die het na de milieuconferentie van Rio tijd vonden voor een duidelijke norm. Greenpeace is een van de ‘founding fathers’.
In 1999 werd PEFC Internationaal opgericht, ook met als doel bossen wereldwijd duurzaam te laten beheren. PEFC staat voor 'Programme for the Endorsement of Forest Certification'. Waar 120 miljoen hectare FSC-gecertificeerd is, is PEFC met 220 miljoen hectare in oppervlakte op dit moment het meest omvangrijke bosbouwcertificeringssysteem van de wereld.
De laatste tijd valt op dat PEFC flink aan de weg timmert. Afgelopen jaar werden zelfs speciale sessies voor drukkers en uitgevers georganiseerd. PEFC was een initiatief van elf Europese landen dat werd ondersteund door vertegenwoordigers van ruim 15 miljoen Europese boseigenaren
Verschillende aanpak
Duurzaam beheer van bos betekent volgens PEFC dat men rekening houdt met de economische, de ecologische en de sociale functies die het bos vervult. Die doelstelling is gelijk aan die van FSC.
De aanpak is echter anders. PEFC gaat uit van standaarden voor duurzaam bosbeheer die voor elk land afzonderlijk worden opgesteld door een forum uit dat land waarin alle relevante partijen zitting hebben. De PEFC Council toetst of zo’n standaard aan zijn minimumeisen voldoet. Zowel locaal als op internationaal niveau vindt er bovendien toetsing plaats door onafhankelijke deskundigen. Voldoet die standaard, dan wordt die door de PEFC Council erkend en kan in dat land bos PEFC-gecertificeerd worden.
PEFC heeft dus niet één algemene standaard die wereldwijd geldt. Wel heeft de PEFC Council een Sustainability Benchmark met 270 criteria waaraan de landenstandaard getoetst wordt.
De gedachte daarachter is dat continenten, cultuur landen en bossen verschillen en dat daarom ook de standaarden voor duurzaam bosbeheer verschillen. Dat wil niet zeggen dat PEFC tevreden is met de status quo. Om verbetering te bewerkstelligen eist het systeem dat ieder jaar duidelijk wordt dat de gecertificeerde partij zich ten goede heeft ontwikkeld. PEFC was overigens het eerste systeem voor duurzaam bosbeheer dat beheer koppelde aan sociale normen. Ook het Chain of Custody-concept voor bedrijven komt oorspronkelijk uit de PEFC-koker.
Welke is beter?
Maar is PEFC dan beter dan FSC? Is de ene organisatie feitelijk beter dan de andere? En hoe kan het dat je in Nederland meer FSC dan PEFC-labels ziet?
FSC zegt dat zijn certificering onafhankelijk wereldwijd getoetst wordt op basis van eenduidige criteria. Die criteria komen in hoge mate overeen met die van PEFC. Wie de ontwikkelingen volgt weet echter ook dat het FSC-keurmerk zich ook ontwikkeld heeft en nog steeds ontwikkelt. Zo zijn er meerdere FSC-keurmerken. En hoewel dus het beeld bestaat dat FSC één norm hanteert, blijkt ook daar toch sprake van een evolutionair proces, waar PEFC die ontwikkeling als het ware in zijn systeem inbouwt.
Als je meer van de achtergronden wilt weten, kijk dan eens op www.pefcnederland.nl en www.fsc.org. De Nederlandse website van PEFC is recent geactualiseerd en goed leesbaar. De internationale FSC-site geeft mijns inziens meer en bredere achtergrondinformatie dan die van fsc.nl.
Groene keuzes en rigide normen
Om te snappen wat je aan keurmerken hebt is het kortom zinvol iets te weten van de achtergrond van een organisatie en haar werkwijze. En van de complexiteit van het stellen van normen over het algemeen.. Hoe lastig het kan zijn om bijvoorbeeld als NGO ‘groene’ keuzes te maken merkte Greenpeace Canada onlangs. De organisatie kwam, na jaren van actievoeren, een ‘wapenstilstand’ overeen met Kimberley-Clark, een hele grote producent van tissuepapier. De fabrikant heeft in dit kader toegezegd in 2011 tenminste 40 procent recyclede vezels in te zetten voor zijn producten.
Tim Spring, CEO van het eveneens Canadese bedrijf Marcal Paper kwam daartegen in het geweer. Marcal Paper maakt toiletpapier op basis van honderd procent gerecyclede vezels. ‘Sinds wanneer is 40 procent een acceptabele hoeveelheid?,' was het verwijt van Spring aan Greenpeace.
Nu is genoegzaam bekend dat je, om voldoende vezels voor recycling te hebben, toch weer steeds nieuwe vezels moet hebben. Dus alleen en uitsluitend honderd procent gerecycled papier maken kan niet. Maar de stap van Greenpeace maakt tevens duidelijk dat al te rigide duurzame normen ook in die kringen kennelijk niet meer realistisch geacht worden. Overigens ben ik van mening dat de hele discussie over 'welk keurmerk waarom beter is' soms erg sterk lijkt op die we in ons land ook nog steeds horen tussen de verschillende hervormde geledingen in de kerk. Maar daar kunnen ze elkaar uiteindelijk gelukkig wel vinden op dat ene gezamenlijke doel.
Tekst
Dick Gaasbeek
Dick Gaasbeek (1954) leerde de grafische en papierwereld in 1980 kennen als PR- en reclameman bij papiergroothandel BührmannUbbens. Sinds 1992 werkt hij zelfstandig als communicatieadviseur en freelance auteur met als specialiteit de wereld van papier.
Beeld
Chantal Bekker / Graphic Alert
Reacties
Zelf een reactie geven? Meld je aan of login