
Misschien was ik naïef. Of wellicht was het een gebrek aan modebewustzijn. Maar tot voor kort dacht ik dat de groeiende hoeveelheid bontkraagjes die ik dagelijks op straat zie, nep waren. Ik wist niet beter of bont was passé, 'not done', ouderwets en bovendien veel te duur voor de gemiddelde Nederlander.
Niet dus. Veel van de pluizige randjes aan winterjassen, laarzen en damestassen zijn tegenwoordig weer van echt dier gemaakt. Hoe kan het dat gewone mensen zich massaal bont kunnen veroorloven? Ten eerste omdat het gaat om kleine stukjes bont, niet om hele jassen. Ten tweede omdat het bont voornamelijk uit China en andere Aziatische landen komt. En ten derde omdat er vaak gebruik wordt gemaakt van het relatief goedkope wasbeerhond-bont.
Levend villen
Op YouTube laten tientallen filmpjes zien dat deze beesten niet bepaald op veel mededogen kunnen rekenen voordat ze tot kraag worden verwerkt. Het neerknuppelen of tegen de grond slaan van de dieren is al op zijn zachts gezegd onaangenaam om te bekijken. Maar het levend villen is niet om aan te zien. Er schijnen zelfs beelden te zijn van gevilde wasbeerhonden die nog ademen en bewegen. Zelf kan ik dit niet bevestigen – ik hield het kijken van de filmpjes maar een seconde of tien uit. (Voor de stoerdere lezers: zoek op YouTube op 'raccoon dog skinned alive').
Fokverbod
We mogen ervan uit gaan dat dit soort praktijken in Nederland niet voorkomt. Maar Nederland is wel de derde grootste producent van nertsenbond ter wereld. In tegenstelling tot wasbeerhondjes zijn nertsen bedoeld voor het duurdere segment. Want ook daar is veel vraag naar, nu bont in de haute couture in de mode is. Ook nertsen hebben geen plezierig leven. De ontembare diertjes vertonen in de kleine hokjes vaak onnatuurlijk gedrag zoals het kapot bijten van hun eigen huid. Daarom gaat vanaf 2024 in Nederland waarschijnlijk een fokverbod voor nertsen gelden. De vossenfokkerij werd om vergelijkbare redenen in Nederland al in 2008 verboden.
Milieuvriendelijk
Het is duidelijk dat bont niet bepaald diervriendelijk is. Maar is het milieuvriendelijk? Volgens de bontindustrie wel. De website van het Nederlands Bont Instituut (NBI) vermeldt: 'Bont is een duurzaam, biologisch afbreekbaar product afkomstig van een zichzelf steeds vernieuwende natuurlijke hulpbron.' Een ander milieuvoordeel volgens het NBI is de lange levensduur van minstens twintig jaar van het materiaal. Bovendien eten gefokte pelsdieren de resten van de vis- en pluimvee-industrie. In Nederland worden er zo jaarlijks 200.000 ton kip- en visresten door nertsen 'opgeruimd' volgens het NBI.
Met zo veel milieuvoordelen vindt de bontindustrie het jammer dat in de discussie over bont de nadruk ligt op ethiek. Het NBI: 'Terwijl onderzoek en wetenschap de basis zouden moeten vormen voor een goede discussie, blijkt in praktijk emotie vaak een grote rol te spelen.'
Helemaal mee eens. Alleen met goed onderzoek kun je iets zinnigs zeggen over het verschil in milieubelasting tussen verschillende materialen, zoals echt bont versus imitatiebont. Maar als de bontindustrie het belang van wetenschappelijk onderzoek zo groot acht, waarom zetten ze dan geen enkele verwijzing naar zulk onderzoek op hun websites?
Inefficiënt
Het antwoord op die vraag is te vinden in het rapport dat het Delftse milieuonderzoeksbureau CE dit jaar schreef over bont. Het bureau vergeleek in een uitgebreide LCA (Levenscyclusanalyse) Nederlands nertsenbont met verschillende textielsoorten op achttien milieuaspecten zoals klimaatverandering, watervervuiling, land- en materiaalverbruik. De conclusies laten weinig ruimte voor twijfel. Op zeventien van de achttien onderwerpen berekende het bureau dat de milieueffecten van bont, afhankelijk van het milieuaspect, 'een factor 2 tot 28 keer hoger' zijn dan die van textiel. Dat komt voornamelijk doordat de omzetting van voeding naar materiaal erg inefficiënt is: maar liefst 563 kilogram voedsel is nodig om één kilo nertsenbont te fabriceren. Dan maakt het weinig uit dat een deel van dat voedsel afval is van een andere industrie.
Levensduur
De studie vergeleek de productie van één kilo bont met die van één kilo ander textiel. De door de bontindustrie gepropageerde langere levensduur van het materiaal werd zo dus niet meegenomen. (Deze keuze in analysemethode heeft wellicht te maken met het feit dat het onderzoek werd gedaan in opdracht van een groepje dierenrechtenclubs!). Een peperdure nertsenbonten jas gaat natuurlijk langer mee dan een katoenen jasje van H&M. Maar die bontjas is wél een stuk zwaarder. Het is mede daardoor onwaarschijnlijk dat een langere levensduur het grote verschil in milieueffecten per kilogram materiaal opheft. Voor bont dat slechts als een randje wordt toegepast op kledingstukken van ander materiaal, gaat het levensduurvoordeel sowieso niet op.
Muskusratten
Eindelijk eens een duidelijke kwestie op het gebied van materiaalkeuze en duurzaamheid. Zowel de diertjes als het milieu zeggen: 'bont, doe maar niet'.
Ontwerpster Eefje Sandmann deed voor haar afstudeerproject aan de Design Academy toch een poging om een duurzaam bontproduct te maken. Zij vond het zonde dat de 320.000 muskusratten die jaarlijks in Nederland door ongediertebestrijders worden gedood, ongebruikt worden weggegooid. Daarom ontwierp ze ludieke wanten van muskusrattenbont. Een Delfts blauw knoopje met een afbeelding van een muskusrat moet zorgen dat het ook voor de meest naïeve toeschouwer duidelijk is: dit Hollandse bontje is écht.
Tekst
Heleen Willemsen
Beeld
Eefje Sandmann
Reacties
Zelf een reactie geven? Meld je aan of login