Product-dienst combinatie (PDC)

De essentie van een PDC is het plaatsen van toegankelijkheid boven bezit. De focus ligt op het middel om te krijgen wat we willen, niet op het bezit van het product dat de service levert voor wat we willen.

Om verwarring te voorkomen: met PDC (in Engels 'Product Service System' of 'Product Service Combination') wordt overigens niet Service Design bedoeld, maar expliciet de combinatie van service en producten, bij Service Design is er lang niet sprake van een fysiek eindproduct. 

Er zijn talloze alledaagse voorbeelden die dit principe volgen: de bibliotheek (lenen in plaats van kopen), het openbaar vervoer (delen van een transportmiddel in plaats van eigen auto of privéjet) en de kopieermachine op bijvoorbeeld kantoor of universiteit die wordt verhuurd, geleverd, onderhouden, gerepareerd en vervangen door één en hetzelfde bedrijf. Wat betreft duurzaamheid lijkt het meest voor de hand liggende aspect van de PDC’s deze ‘dematerialisatie’ van het vervullen van een behoefte.

product-dienst-combinaties

Ontwikkeling

Al in de jaren zeventig voorzagen Victor Papanek, de pionier op het gebied van ecodesign, en later onder andere Enzio Manzini en Chris Ryan een groot aandeel voor de duurzame toepassing van de combinatie van producten en diensten in het alledaagse leven. Hierbij kun je denken aan de terugdringing van het overvloedige productaanbod en de sociale stimulans bij het delen van producten binnen gemeenschappen (waarom zou je één grasmaaier of boormachine niet kunnen delen met de hele buurt?). 

In navolging van dit besef richtten Manzini en Ryan zich vooral op de toepassing van visies en experimentele tools voor PDC’s. Binnen Nederland is de strategie voornamelijk verder ontwikkeld op de TU Delft, waar men binnen de vakgroep DfS (Design for Sustainability) al sinds de jaren negentig is ingegaan op de transitie van productinnovatie naar systeeminnovatie, waar Product-dienstcombinaties onderdeel van uitmaken. Hiervanuit werd de grondslag gelegd voor de implementatie van PDC’s in het bedrijfsleven, onder andere door promotie- en afstudeerprojecten (TU Delft, Erasmus Universiteit) bij bedrijven. Daarbij ontstond een toenemende interesse voor PDC’s als nieuwe kans in de markt vanuit bedrijven zelf (o.a. Greenwheels).

PDC als marktmodel

‘Een Product-dienstsysteem is een verkoopbare verzameling producten en diensten, die gezamenlijk een functie vervullen bij een klant’ (Van Halen e.a. 1999). Door een steeds sneller veranderende markt en de mogelijkheid tot het creëren van een grotere winst door toevoeging van extra services aan een product heeft deze strategie een belangrijke plek ingenomen binnen het huidige economische klimaat. De strategie kan daarbij een directe koppeling bieden tussen duurzaamheid en economische haalbaarheid.

In een onderzoek naar product-dienstcombinaties en hun economische en ecologische kwaliteiten (Van Halen e.a. 1999) kwamen onder andere de volgende aandachtspunten voor PDC's aan het licht:

  • waardevermeerdering voor klanten, door toevoeging van kwaliteit en comfort;
  • specificeren van aanbod voor klanten;
  • creëren van nieuwe functies of van slimme of unieke combinaties van functies;
  • verlagen van de drempel van een grote investering door delen, leasen en verhuren;
  • verlagen van milieubelasting met ecovoordelen tot gevolg;
  • verhogen van de kwaliteit van het contact met de klanten;
  • verlagen van de ecologische druk op economische groei.

Op landelijke schaal kunnen PDC’s duurzame ontwikkelingen genereren, waar overheden zelf ook bij gebaat zijn. Volgens UNEP’s ‘The role of PSS in a sustainable society’  zijn onder andere de volgende punten van toepassing op deze schaal:

  • vermindering van de afvalverwerkingsproblematiek vanuit de huishoudelijke en productie sector;
  • een duurzame economie gebaseerd op een hoger niveau van diensten;
  • verlaging van werkgelegenheid in de productiesector kan ruimschoots worden opgevangen in de verhoging van werkgelegenheid in de dienstensector.

PDC’s in de (duurzame) ontwerppraktijk

Het voor ontwerpers interessante (en ook wel paradoxale) aan de PDC is dat de nadruk ligt op dematerialisatie. Bij de meeste productontwerpers is het doel van een product of ontwerp nog altijd het belangrijkste onderdeel; wat is de toegevoegde waarde van een (nieuw) ontwerp? Deze waarde is als het ware het resultaat van de toepassing van het ontwerp of product. Door gebruik te maken van PDC’s vallen in ieder geval voor een deel de producten die voorzien in een bepaalde behoefte weg. Deze worden vervangen door een collectief product of een dienst (bijvoorbeeld: voicemail vs. antwoordapparaat). Bij de rol van ontwerpers binnen de toepassing van de PDC’s zal dan ook steeds meer een verschuiving plaatsvinden van ontwerp van producten op zich naar het ontwerp van functies en systemen.

PDC’s kunnen een grote bijdrage leveren aan de verduurzaming van bestaande producten en diensten. Wanneer exact wordt gekeken naar de opbrengst van een bepaalde service die wordt geboden met behulp van een PDC in vergelijking met de service die wordt geboden met slechts een product óf dienst moet wel rekening gehouden worden met het gehele systeem van de PDC. Zo kan bijvoorbeeld de onderhoudsservice van een bepaald product relatief veel meer impact hebben op het milieu dan de fabricage van dat specifieke product. Kort gezegd: een LCA (Life Cycle Analysis) van een PDC heeft een grotere schaal en is dus bewerkelijker dan een LCA van een enkelvoudig product.

Niet alle PDC’s zijn dus per definitie een verbetering op het gebied van duurzaamheid; PDC’s bieden wel de mogelijkheid om onze behoeften op een duurzamere manier te laten vervullen dan enkel een product of een service dat doet.

Voorbeelden in Nederland

Een voorbeeld van een interessante PDC is de dienst die het bedrijf Greenwheels aanbiedt: persoonlijk vervoer met een auto, zonder het bezit ervan. Het aanbod van verschillende types auto’s in elke grote stad in Nederland, met een simpel pasjessysteem direct toegankelijk, zorgt voor een groot comfort voor de klant. In februari 2011 is Greenwheels gestart met de introductie van elektrische auto’s binnen hun wagenpark, voor de verdere verduurzaming van de dienst.

De kritische vraag is of gebruikers van de dienst een auto zouden kopen als de dienst er niet was geweest. Mogelijkerwijs is een doelgroep aangeboord die anders gebruik zou maken van het openbaar vervoer. Hier toont zich opnieuw de complexiteit van de manier om de duurzaamheid van een bepaald product, dienst of combinatie daarvan te meten en te vergelijken.

Een ander voorbeeld met een meer idealistisch karakter is het gratis witte fietsenplan uit de jaren ’60 (opnieuw geïntroduceerd in 2000, maar nu niet langer gratis) in Amsterdam. Deze in Amsterdam mislukte PDC heeft vervolgens wel gewerkt in steden als Barcelona en Berlijn, waar het aanbod en de vraag van de fietsendienst alleen maar groeit. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden te noemen van PDC’s, van kunstuitleen tot couchsurfing, van leesmap tot OV-pas, van wasserette tot groentepakket.

Reageer

Tekst

Ernst Kabel

Beeld

Guido Benschop / Hollandse Hoogte

Bronnen / Links

  • http://teclim.ufba.br - artikel: Van Halen et al, Product Service systems, Ecological and Economic Basics, 1999 
  • www.unep.fr - artikel: Manzini, Vezzoli, Product-Service Systems and Sustainability, UNEP 2002
  • www.worldchanging.com - artikel: Dawn Danby, Product-Service Scenarios for the Bright Green City, 2005
  • O2 Magazine, artikel: Van den Nieuwenhof en Wentink, De rol van Nederland in de evolutie van ecodesign, O2 magazine, juli 2009, jaargang 17 #1
  • www.engineeringnet.be - artikel: J. van Ostaeyen, 30/03/2009
  • www.score-network.org - artikel: Nicola Morelli, The Design of Product/Service SystemsFrrom a Designer’s Perspective, 2002

Reacties

Zelf een reactie geven? Meld je aan of login